Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:124.

De dag erna, zondag 8 december (het hof begrijpt: 8 december 2013), hoorde ik via Facebook van mijn zoon (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) dat de gestolen waren terug zouden komen. Eerst zou er sprake zijn van de situatie dat mijn zoon en ik die gestolen spullen bij [betrokkene 2] , het meisje dat het feestje gaf, zouden moeten ophalen. Later zei [betrokkene 2] over Facebook dat zij niets met de zaak te maken wilde hebben en dat zij de jongens die de spullen zouden teruggeven naar mijn adres zou sturen. Later die zondag, ongeveer om 14:30 uur, ging de bel bij mijn woning. Ik zag twee jongens staan. Ik hoorde een van de twee jongens direct zeggen: "Sorry mevrouw, dit was niet de bedoeling, ik was dronken en in een groep, het spijt me dat het zo gelopen is". Ik heb toen de gestolen spullen van hem aangenomen. Ik hoorde toen diezelfde jongens zeggen dat ze excuses aan [betrokkene 1] wilden aanbieden. Ik zag dat de jongen [betrokkene 1] een hand gaf en zijn excuses aanbood. Deze jongen heeft zijn naam tegen mij gezegd. Hij heette [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887, en de alinea staat in dat document op bytes 11835 tot 12937.