Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:124.

Op 8 december 2013 om ongeveer 14:30 uur kwamen er twee jongens aan de deur van de woning waar mijn moeder en ik wonen. Ze kwamen mijn spullen terugbrengen. Ik herken de jongens volledig als de jongens die mij de avond ervoor hadden beroofd. De jongen die mij een hand gaf heet [verdachte] , de andere jongen heet [medeverdachte] (het hof begrijpt: [medeverdachte] ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887, en de alinea staat in dat document op bytes 13396 tot 13776.