Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017
Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:124.
Rond kwart voor elf zijn [betrokkene 7] , [betrokkene 1] en ik naar huis gegaan. [betrokkene 7] had een fiets. Er kwam een jongen naar me toe en sprak me aan. Toen vroeg hij of ik een mooie telefoon bij me had. Ze waren in totaal met zijn vieren. De jongen die mij aansprak heeft mijn telefoon genomen. [betrokkene 1] was op de grond gelegd en ik zag dat de twee jongens zijn spullen pakten, tenminste een van de jongens had zijn iPhone en ketting. Hierop renden de jongens weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887, en de alinea staat in dat document op bytes 15504 tot 15995.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887 | shasum -a 256