Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017

Onder 3.3.1. Hoge Raad 31 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:124.

Blijkens hetgeen hiervoor onder 3.2.3 is weergegeven, heeft de raadsvrouwe van de verdachte op de terechtzitting van 4 november 2015 aangevoerd dat zij zich aansluit bij de verzoeken van de raadsman in de zaak van de medeverdachte om [betrokkene 6] en [betrokkene 7] als getuige te (doen) horen en dat "[i]ndien de zaak toch moet worden aangehouden om [betrokkene 5] als getuige te horen, [zij dan] ook als getuige [kunnen] worden gehoord" omdat het "zonde [zou] zijn als na het verhoor van [betrokkene 5] blijkt dat nieuwe getuigenverhoren nodig zijn". Gelet hierop en in aanmerking genomen het procesverloop in hoger beroep heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de raadsvrouwe het op de terechtzitting van 21 april 2015 gedane voorwaardelijk verzoek om [betrokkene 2] als getuige te horen, niet heeft gehandhaafd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10a22dd5b3217686534a254d4a6f9349c711d54c38e06ddb233d5b9496b34887, en de alinea staat in dat document op bytes 28782 tot 29635.