Citaat | Hoge Raad 31 januari 2017
Onder 2.2. Hoge Raad 31 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:125.
Gelet op de omstandigheden van het geval acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat in een latere strafprocedure de strafrechter komt tot het opleggen van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarmee verzet het belang van strafvordering zich tegen de teruggave van het beslag, voor zover het betreft het cash geld, sieraden, boot (aangehechte bijlage 1 genummerd H01.14, H01-25, H01-26, H01-28, H01-29, H01-30, H01.30.1, H01.30.2, H01-31, H01-37, H01.34, H01.37, H02-48, H01-48.1 t/m H02.48-21, H02-51, H08-01), alsmede het chalet gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats], aan klagers. Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift, voor zover het betreft voormelde goederen, ongegrond verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dab1ffbf1afaefd9fd6edcec4e70309d6e2c617ca51b1bc42dfcabf86970e7c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dab1ffbf1afaefd9fd6edcec4e70309d6e2c617ca51b1bc42dfcabf86970e7c9, en de alinea staat in dat document op bytes 8578 tot 9374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dab1ffbf1afaefd9fd6edcec4e70309d6e2c617ca51b1bc42dfcabf86970e7c9 | shasum -a 256