Citaat | Hoge Raad 7 juli 2017
Onder 3.4 Hoge Raad 7 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1263.
In genoemd arrest heeft de Hoge Raad het volgende overwogen. In geval van vernietiging in hoger beroep van een vonnis ontvalt de rechtsgrond aan hetgeen reeds ter uitvoering van dit vonnis is verricht. Op de voet van art. 6:203 BW ontstaat dan een vordering tot ongedaanmaking van deze prestatie. Het strookt met de eisen van een goede rechtspleging de mogelijkheid aan te nemen dat in hoger beroep met het oog op het verkrijgen van een executoriale titel aan de vordering tot vernietiging van het bestreden vonnis een vordering tot ongedaanmaking van de ingevolge dat vonnis verrichte prestatie wordt verbonden. Indien de ongedaanmaking inmiddels onmogelijk is geworden, kan de daartoe strekkende vordering niet worden toegewezen. De vraag of en in hoeverre dan plaats is voor schadevergoeding kan in hoger beroep niet tegelijk met de vordering tot vernietiging van het in eerste aanleg gewezen vonnis aan de orde worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91042e33e53be14fa5dc4267dd10cdbed48f68241632b113c98aa581f1e12ba0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91042e33e53be14fa5dc4267dd10cdbed48f68241632b113c98aa581f1e12ba0, en de alinea staat in dat document op bytes 14720 tot 15663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91042e33e53be14fa5dc4267dd10cdbed48f68241632b113c98aa581f1e12ba0 | shasum -a 256