Citaat | Hoge Raad 4 juli 2017

Onder 3.4.1. Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1277.

De schriftuur strekt allereerst ten betoge dat art. 14 EVRM en art. 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM, waarin - kort gezegd - discriminatieverboden zijn vastgelegd, nopen tot een zodanige uitleg en toepassing van art. 427, eerste lid, Sv, dat de benadeelde partij het recht toekomt cassatieberoep in te stellen ook indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. Daartoe wordt aangevoerd dat, waar het gaat om de toegang tot de cassatierechter, het ontbreken van zo een recht leidt tot ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van de benadeelde partij ten opzichte van de verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dadffa6b9d1e801df8d958e1afa7c7b4b87450fda1be66593fbfc3084cb88ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dadffa6b9d1e801df8d958e1afa7c7b4b87450fda1be66593fbfc3084cb88ba, en de alinea staat in dat document op bytes 10544 tot 11295.