Citaat | Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 5.6. Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1324.
Opmerking verdient dat het hiervoor in 5.5 overwogene niet geldt voor zover premies voor een aanspraak op lijfrente zijn betaald in de periode van 1 januari 2001 (de datum van inwerkingtreding van de Wet IB 2001) tot 16 juli 2009 (de datum van inwerkingtreding van artikel 3.136, lid 2, van de Wet IB 2001). Het toenmalige wettelijke regime leidde ertoe dat bij emigratie van de belastingplichtige, naar welk land dan ook, in wezen belasting werd geheven over (een gedeelte van) de waarde van de aanspraak op lijfrente. Die heffing had dus geen betrekking op het bedrag van de premie die voor de verwerving van de lijfrente was betaald (zie het arrest BNB 2009/264). Van lijfrentepremies die onder de werking van de toen geldende wettelijke regelingen zijn betaald, kan daarom niet worden gezegd dat de aftrek daarvan een voorwaardelijk karakter had. Hetzelfde geldt voor lijfrentepremies die zijn betaald vóór de inwerkingtreding van de Wet Brede herwaardering I per 1 januari 1992, omdat de wet toen nog geen mogelijkheid kende om in aftrek gebrachte persoonlijke verplichtingen bij niet-naleving van bepaalde voorwaarden terug te nemen, en de aftrek van lijfrentepremies toen dus evenmin een voorwaardelijk karakter had. In zoverre zal bij de vaststelling van een conserverende aanslag dus compartimentering moeten plaatsvinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36fdcf3e962f46ddc7952c47b4cb084d4d917c7202373fe3dcb19ecc235e8e19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36fdcf3e962f46ddc7952c47b4cb084d4d917c7202373fe3dcb19ecc235e8e19, en de alinea staat in dat document op bytes 16401 tot 17747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36fdcf3e962f46ddc7952c47b4cb084d4d917c7202373fe3dcb19ecc235e8e19 | shasum -a 256