Citaat | Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 2.3.3. Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1327.
Tot de kosten van geldleningen in de zin van artikel 3.120, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001 kunnen uitsluitend worden gerekend de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld (vgl. Hoge Raad 23 september 2016, nr. 16/00934, ECLI:NL:HR:2016:2136, BNB 2017/24, onderdeel 2.3). Hiertoe behoren onder andere taxatiekosten, afsluitprovisies en hypotheekaktekosten (zie Kamerstukken II 2000/01, 27 466, nr. 6, blz. 74).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f0a5dc47f49fc0f2de867a792f5183a8b424a8d14208c9309fe38c1e13f1942. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f0a5dc47f49fc0f2de867a792f5183a8b424a8d14208c9309fe38c1e13f1942, en de alinea staat in dat document op bytes 10524 tot 11013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f0a5dc47f49fc0f2de867a792f5183a8b424a8d14208c9309fe38c1e13f1942 | shasum -a 256