Citaat | Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 3.7.1. Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142.
Daarbij hecht het hof anders dan de rechtbank waarde aan het gegeven dat mr. De Wit advocaat is en blijkens de bewoordingen van (onder meer) zijn e-mail van 11 juni 2013 ook in die hoedanigheid handelde. Weliswaar is in het onderhavige geval geen sprake van optreden door mr. De Wit in rechte, waarop het bepaalde in artikel 80 lid 3 Rv. betrekking heeft, maar nu [betrokkene 3] mr. De Wit kende als advocaat van [verzoeker] in een juridische procedure en gesteld noch gebleken is dat [betrokkene 3] is meegedeeld dat de rol van Mr. De Wit met betrekking tot de verkoop van de onderhavige vastgoedportefeuille een andere was dan die van advocaat van [verzoeker], acht het hof die omstandigheid niet doorslaggevend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c9868c2e0c8119f2e9b2dba88b789b62840c8d9c197bb9b366f881ea050686c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c9868c2e0c8119f2e9b2dba88b789b62840c8d9c197bb9b366f881ea050686c, en de alinea staat in dat document op bytes 21005 tot 21732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4c9868c2e0c8119f2e9b2dba88b789b62840c8d9c197bb9b366f881ea050686c | shasum -a 256