Citaat | Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 4 Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:156.
Art. 3:169 BW bepaalt dat – behoudens andersluidende regeling – iedere deelgenoot bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is. Indien een deelgenoot het goed met uitsluiting van de andere(n) gebruikt, kan dat aanleiding vormen om laatstgenoemde(n) een vergoeding ter zake van gederfd gebruiksgenot toe te kennen (zie bv. HR 22 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9143, NJ 2001/59 en HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:502).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23e3adfdfa956eee1e6fd5406074ccc6c52beaeea3287361b4e350d1f118a906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23e3adfdfa956eee1e6fd5406074ccc6c52beaeea3287361b4e350d1f118a906, en de alinea staat in dat document op bytes 15589 tot 16116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23e3adfdfa956eee1e6fd5406074ccc6c52beaeea3287361b4e350d1f118a906 | shasum -a 256