Citaat | Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 3.4.4 Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:164.
Onder de schade – als de nadelige financiële gevolgen voor de afnemer van het aangaan van de overeenkomst – die de aanbieder in beginsel dient te vergoeden, worden zowel de termijnen als de eventuele restschuld begrepen (HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815, NJ 2012/182, rov. 5.4.3). Het onderscheid tussen gevallen waarin wel en die waarin geensprake was van een ‘onaanvaardbaar zware financiële last’ heeft betekenis bij de toepassing van art. 6:101 BW (zie het zojuist genoemde arrest van 5 juni 2009, rov. 5.6.1-5.6.3, en de samenvatting in het hiervoor in 3.3.1 genoemde arrest). Zoals hierna zal blijken, heeft dit onderscheid geen betekenis voor het in aanmerking nemen van voordelen in de schadebegroting in effectenleasezaken. In de behandeling van de hiervoor in 3.4.2 en 3.4.3 bedoelde kwesties blijft dit onderscheid daarom buiten beschouwing. Het komt pas in 3.6.10 en 3.8 ter sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6, en de alinea staat in dat document op bytes 20892 tot 21816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6 | shasum -a 256