Citaat | Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 3.5 Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:164.
Bij de voordeelstoerekening van art. 6:100 BW gaat het erom dat genoten voordelen, voor zover dat redelijk is, mede in aanmerking behoren te worden genomen bij de vaststelling van de te vergoeden schade. Daarvoor is allereerst vereist dat tussen de normschending en de voordelen een condicio sine qua non-verband bestaat, in die zin dat in de omstandigheden van het geval sprake is van een voordeel dat zonder de normschending niet zou zijn opgekomen. Voorts dient het met inachtneming van de in art. 6:98 BW besloten maatstaf redelijk te zijn dat die voordelen in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de te vergoeden schade. (Vgl. HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 , rov. 4.4.3.) Indien toerekening van een voordeel op verschillende schadeposten denkbaar is, staat ter beoordeling van de rechter in hoeverre het redelijk is het voordeel op een bepaalde schadepost in mindering te doen strekken (vgl. HR 17 december 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC5837, NJ 1977/351).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6, en de alinea staat in dat document op bytes 22289 tot 23312.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6 | shasum -a 256