Citaat | Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 3.6.7 Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:164.

Op grond van het hiervoor in 3.6.1 genoemde arrest van 29 april 2011 dienen voordelen die de afnemer heeft behaald in een samenhangend geheel van telkens soortgelijke transacties in een bepaalde periode waarbij de aanbieder telkens is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende bijzondere zorgplicht, in de toe te kennen schadevergoeding te worden betrokken voor zover dat redelijk is. In de feitenrechtspraak wordt als uitgangspunt gehanteerd dat dergelijke voordelen buiten beschouwing blijven als ten minste één jaar is verstreken tussen de feitelijke einddatum van een effectenleasetransactie die met een batig saldo is geëindigd – in het algemeen: de datum waarop de geleasete effecten zijn verkocht – en het tijdstip waarop dezelfde afnemer nadien een of meer effectenleasetransacties is aangegaan ten aanzien waarvan de aanbieder tot schadevergoeding is gehouden (vgl. de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.6). Vanuit een oogpunt van consistente rechtspraak verdient het aanbeveling dat deze termijn, die op zichzelf valt onder de vrijheid van de rechter bij de schadevaststelling en schadebegroting, in alle gevallen wordt gehanteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbd8adbf7e410d1c44023d82c7bedb676e67e693fee6ade8b2602c7d714b7e6, en de alinea staat in dat document op bytes 29414 tot 30596.