Citaat | Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:167.
Hoewel het hof vraagtekens zet bij de uitleg die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft gegeven aan zijn computergedrag, is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de kinderpornografische afbeeldingen, die op de computer van de verdachte zijn aangetroffen en blijkens politieonderzoek waren opgeslagen in het zogenaamde cachegeheugen, opzettelijk in zijn bezit heeft gehad, nu het hof van oordeel is dat de niet-geëigende plek waar de bestanden zijn aangetroffen en de relatief geringe hoeveelheid van het aangetroffen materiaal niet wijzen op het opzettelijk bezit van kinderporno.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56daa3071c47fb6defc2d1e872623e43022a0660207736d13fd3b4426832f3b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56daa3071c47fb6defc2d1e872623e43022a0660207736d13fd3b4426832f3b5, en de alinea staat in dat document op bytes 10355 tot 11013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56daa3071c47fb6defc2d1e872623e43022a0660207736d13fd3b4426832f3b5 | shasum -a 256