Citaat | Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 3.2.1. Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:172.
16. Er is in de tenlastegelegde periode gemiddeld € 25.000 per jaar op de bank gestort. Zo op het eerste oog lijken dit flinke bedragen te zijn. Het gaat echter om € 2000,- per maand. Dit lijkt de verdediging een doorsnee inkomen dat goed verdiend kan worden met de werkzaamheden die de medeverdachte verrichte. Daarbij is het zo dan in sommige branches veel contant wordt betaald. Het enkele gegeven dat er contant wordt betaald moet niet gelijk alle alarmbellen doen rinkelen bij cliënte. In tegendeel, er is niets mis met contant geld zolang er maar wel netjes belasting wordt betaald over deze gelden. Ook als de andere aankopen worden meegerekend dan komt de verdediging uit op een bestedingspatroon dat past bij werkzaamheden waarvan cliënte in ieder geval meende dat de medeverdachte die verrichtte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49b4be77e34f6c07af10c3f6c8592465c7980ec38aa686b6d78a69affd6837a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49b4be77e34f6c07af10c3f6c8592465c7980ec38aa686b6d78a69affd6837a1, en de alinea staat in dat document op bytes 11648 tot 12473.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49b4be77e34f6c07af10c3f6c8592465c7980ec38aa686b6d78a69affd6837a1 | shasum -a 256