Citaat | Hoge Raad 7 februari 2017

Onder 3.2.1. Hoge Raad 7 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:172.

17. Daarbij mag opgemerkt worden dat cliënte nog nooit belastingaangifte gedaan heeft in haar leven. Als hierover vragen worden gesteld door de rechtbank dan verklaart cliënte dat de werkgever toch belastingaangifte doet. In dat kader is het ook van belang om te benadrukken dat uit het dossier het beeld ontstaat dat de medeverdachte zeer dwingend is en dat zijn wil ook wet is. In hoeverre kan en moet er dan van cliënte gevergd worden dat zij doorvraagt over de herkomst van het geld?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49b4be77e34f6c07af10c3f6c8592465c7980ec38aa686b6d78a69affd6837a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49b4be77e34f6c07af10c3f6c8592465c7980ec38aa686b6d78a69affd6837a1, en de alinea staat in dat document op bytes 12485 tot 12990.