Citaat | Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 2.3.4. Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:185.

In onderdeel 7.4.3, letter a, van het Besluit wordt onderscheid gemaakt tussen “onroerende zaken die naar hun aard (d.w.z. qua inrichting) bestemd zijn om te worden gebruikt als parkeerruimte voor voertuigen, en waarbij het gebruik als parkeerruimte tussen partijen niet is uitgesloten” (eerste volzin) en “de verhuur van multifunctionele ruimten die primair voor andere doeleinden dan voor het parkeren van voertuigen (kunnen) worden gebruikt” (vierde volzin). De verhuur van de in de eerste volzin bedoelde onroerende zaken is volgens het Besluit in beginsel aan te merken als verhuur van parkeerruimte, die is uitgezonderd van de vrijstelling. De verhuur van multifunctionele ruimten als bedoeld in de vierde volzin wordt volgens het Besluit niet als verhuur van parkeerruimte aangemerkt, tenzij die multifunctionele ruimte primair voor het parkeren van voertuigen (kan) worden gebruikt. In de context van het Besluit moet onder vorenbedoelde multifunctionele ruimte worden verstaan een ruimte die naar haar aard (inrichting) mede is bestemd om voor andere doeleinden te worden gebruikt dan het parkeren van een voertuig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00d9d0421148db7840aeb283a6d1e42acfd1f393de043c9c3856c4fad280b88f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00d9d0421148db7840aeb283a6d1e42acfd1f393de043c9c3856c4fad280b88f, en de alinea staat in dat document op bytes 14030 tot 15175.