Citaat | Hoge Raad 6 januari 2017
Onder 3.3.3 Hoge Raad 6 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19.
Zowel in de tekst van art. 7:902 BW als in die van art. 7:900 lid 1 BW als in de memorie van antwoord op de Invoeringswet Nieuw BW (Kamerstukken II, 1991-1992, 17 779, nr. 8, p. 16), aangehaald in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.9, worden onzekerheid en geschil telkens op een lijn gesteld. Er is dan ook geen grond het voorschrift van art. 7:902 BW te beperken tot het geval van beëindiging van een geschil en daaronder niet mede te begrijpen het geval van beëindiging van onzekerheid in meer algemene zin. De wetgever heeft met art. 7:902 BW slechts beoogd de mogelijkheid te aanvaarden van een vaststelling die in haar resultaat in strijd komt met dwingend recht, indien zij strekt tot beëindiging van een bestaande onzekerheid of van een bestaand geschil, maar niet indien zij strekt tot voorkoming van een (toekomstige) onzekerheid of van een (toekomstig) geschil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab97bcd5d87c45f326e48ef494ef70909aec57b311385340f0649bcf356b983f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab97bcd5d87c45f326e48ef494ef70909aec57b311385340f0649bcf356b983f, en de alinea staat in dat document op bytes 30329 tot 31228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab97bcd5d87c45f326e48ef494ef70909aec57b311385340f0649bcf356b983f | shasum -a 256