Citaat | Hoge Raad 6 januari 2017

Onder 3.3.4 Hoge Raad 6 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19.

Ter bestrijding van de (ook door het hof in rov. 4.2 genoemde) mogelijkheid dat partijen met het aangaan van een vaststellingsovereenkomst beogen af te doen aan de werking van dwingend recht, en zij aldus het dwingende karakter daarvan op ontoelaatbare wijze willen ondermijnen, is aan het slot van art. 7:902 BW bepaald dat een vaststelling niet geldig is indien deze naar inhoud of strekking in strijd komt met de goede zeden of de openbare orde. Een vaststellingsovereenkomst zelf kan voorts, bijvoorbeeld als partijen daarmee een oogmerk hadden als hiervoor geschetst, aan nietigheid lijden ingevolge art. 3:40 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab97bcd5d87c45f326e48ef494ef70909aec57b311385340f0649bcf356b983f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab97bcd5d87c45f326e48ef494ef70909aec57b311385340f0649bcf356b983f, en de alinea staat in dat document op bytes 32027 tot 32658.