Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.

Verdachte heeft in het najaar van 2011 het plan opgevat om een bloemenzaak op te zetten in Franeker. Daartoe is hij een huurovereenkomst aangegaan met betrekking tot een winkelpand gelegen aan de [a-straat 1] in Franeker. Op 2 december 2011 werd de winkel aldaar aan de [a-straat 1] geopend. Ten behoeve van de exploitatie is verdachte vanaf het najaar van 2011 verplichtingen aangegaan met derden. Hij heeft twee dames, de aangeefsters [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , bereid gevonden om tegen een afgesproken uurloon verkoop- en alle overige in de winkel voorkomende werkzaamheden te verrichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 30934 tot 31546.