Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.

Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, is naar het oordeel van het hof niet gebleken dat verdachte van het begin af aan de bedoeling had om zich wederrechtelijk te bevoordelen in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Dat was gaandeweg echter wèl het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 33721 tot 34038.