Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.

[C] BV heeft in de periode van 1 tot en met 19 december 2011 tal van bloemenleveranties aan verdachte gedaan. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt, kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat verdachte reeds toen in een dusdanig slechte financiële situatie verkeerde dat hij moet hebben geweten dat hij zijn verplichtingen tegenover [C] , mede vastgelegd in een op 13 december 2011 door verdachte getekende incasso-overeenkomst, niet zou kunnen nakomen. Uit de betreffende aangifte blijkt niet van leveranties door [C] na 19 december 2011. Wellicht is er sprake van wanprestatie van de zijde van verdachte jegens [C] in civielrechtelijke zin, doch het hof acht niet bewezen dat verdachte zich ten opzichte van [C] BV heeft schuldig gemaakt aan oplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 35855 tot 36642.