Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.

Het bedrijf [B] heeft aan verdachte geleverd op 30 december 2011, 5 januari 2012, 6 januari 2012 en 12 januari 2012. De eerste twee leveringen heeft verdachte contant betaald, zij het dat de tweede levering deels werd betaald met emballage van [C] BV. Verdachte heeft daarmee bij [B] het vertrouwen gewekt dat hij een betrouwbare klant was. De derde en de vierde levering zou via een incasso worden betaald. Die incasso's werden echter 'wegens administratieve redenen' gestorneerd. Door middel van hele en halve leugens - zijn ex-vrouw zou beslag hebben laten leggen op zijn bankrekening, hij zou net geld hebben gestort, hij had net de loodgieter betaald en zat daarom even krap bij kas, etc. - wist verdachte nog een vijfde, zesde en zevende levering te verkrijgen. Het hof acht bewezen dat er ten aanzien van de derde tot en met de laatste levering sprake is geweest van oplichting van [B] doordat verdachte zich heeft voorgedaan als bonafide klant, wetende dat hij dat niet was en in die valse hoedanigheid [B] heeft bewogen tot (voortzetting van) de genoemde bloemenleveranties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 36986 tot 38082.