Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.

Op 24 januari 2012 werd [A] via internet door verdachte benaderd ter zake van een levering van 7.000 rozen. Nadat aangever [betrokkene 5] een bezoek had gebracht aan het bedrijf van verdachte waarbij afspraken werden gemaakt over de betaling, werden er op 31 januari 2012, 2 februari 2012 en 9 februari 2012 leveranties aan verdachte gedaan. Op 13 februari 2012 werd [betrokkene 5] telefonisch benaderd door een RTL4- programma dat zich bezighoudt met onderzoek naar criminele praktijken. Hem werd gevraagd of hij zaken deed met verdachte. Toen [betrokkene 5] daarop naging hoe het stond met verdachtes betalingen, zag hij dat twee incasso's gestorneerd waren. Gevraagd naar uitleg bediende verdachte zich van soortgelijke hele en halve leugens als tegenover [B] gebezigd. Toezeggingen kwam hij stelselmatig niet na. Hier geldt dat verdachte vanaf zijn eerste bestelling wist, gelet op zijn toen reeds nijpende financiële situatie, dat zijn banksaldo niet toereikend was voor een automatische incasso en hij zijn verplichtingen tegenover het bedrijf [A] niet zou kunnen nakomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 38094 tot 39186.