Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.
Toen [verdachte] kort daarna voor zijn vijfde levering kwam, heb ik hem daarover aangesproken. Ik zei dat de incasso's terugkwamen. Hij vertelde dat hij net naar de bank was geweest om geld te storten en dat een en ander elkaar net had gekruist en dat ik het nog maar eens moest proberen. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat hij de vijfde bestelling dan maar contant moest betalen. [verdachte] zei dat hij dat niet goed vond en ook geen contant geld bij zich had. Ik zei nog tegen hem dat het niet ging om vertrouwen, maar dat dit puur zakelijk was. Terwijl ik mijzelf had voorgenomen om [verdachte] de vijfde levering contant te laten betalen, werd ik door zijn praatjes op het verkeerde been gezet. Ik sprak toen met hem af dat hij deze vijfde levering mee mocht nemen onder voorwaarde dat hij die de week erna contant kwam afrekenen, als hij de zesde bestelling kwam halen. Het factuurbedrag van deze keer van € 2.300,-.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 16265 tot 17203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf | shasum -a 256