Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.

Bij de tweede levering had [verdachte] met statiegeld van emmertjes betaald. Op één van deze emmertjes zat een stickertje, met de naam van een andere bloemenleverancier, namelijk [C] uit Aalsmeer. Ik nam daarmee contact op. Ik kreeg te horen dat men daar dezelfde problemen met [verdachte] had als ik. Sterker nog, toen ik vertelde dat er in een van mijn sms-jes stond dat er beslag was gelegd op zijn rekening door zijn ex, bleek dit exact hetzelfde smsje te zijn welke [C] had gekregen. Tevens hadden wij meerdere gelijke sms-en, zoals dat hij niet bereikbaar was omdat hij in de trein zat of in het ziekenhuis was enz.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 17440 tot 18076.