Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.
Omdat ik hem via zijn gsm niet meer kon bereiken, heb ik hem een mail gestuurd. Hij belde dezelfde dag nog op. Ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat er geen bloemen meer geleverd zouden worden alvorens hij de schuld van zo'n € 4.570,- af zou hebben betaald. Hij vertelde mij toen dat wij bij het ophalen van zijn zesde bestelling maar afspraken moesten gaan maken hoe hij het verder ging afbetalen. Dit vond ik goed. Ik dacht: zolang ik in contact met hem blijf, zie ik misschien nog iets van mijn geld terug. We spraken af dat hij op 27 januari 2012 de zesde levering zou komen halen. Die dag zouden we samen ook afspraken maken. Ongeveer een uur voor de afgesproken tijd smste hij dat hij zelf niet kwam, maar iemand anders. Een ietwat fors meisje en een blonde jongen kwamen de bloemen op naam van [verdachte] afhalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 18088 tot 18924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf | shasum -a 256