Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.
Op 13 februari 2012 werd ik gebeld door RTL4. Zij vroegen mij of ik ook bloemen leverde aan [verdachte] in Franeker. Ik zei dat dat inderdaad zo was. Zij vroegen mij hoe het stond met de betalingen. Ik kon op dat moment alleen maar zeggen dat ik nog geen incasso's terug had. RTL4 zei dat hij bekend stond als wanbetaler. Na dit telefoontje ging ik meteen kijken hoe het stond met de betalingen. Ik zag dat er diezelfde dag twee incasso's van [verdachte] waren gestorneerd. Ik heb daarop gelijk met [verdachte] gebeld en hem dit verteld. Hij vertelde mij dat een en ander elkaar blijkbaar had gekruist. Hij zei tegen mij: "Probeer het nog maar eens." Ik zei tegen hem dat ik dat niet wilde en dat ik van RTL4 dingen wist en ik daarom nu gelijk geld wilde zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 22516 tot 23290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf | shasum -a 256