Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:21.
Op 14 februari ben ik weer naar [verdachte] toegegaan. Ik heb toen mijn emballage/fust weer meegenomen twv € 620,- en € 200,- aan contanten die ik van [verdachte] overhandigd kreeg. Tevens een reclamebord welke wij aan hem hadden verkocht, heb ik weer meegenomen. We spraken af dat hij donderdag, 16 februari 2012 langs zou komen om de rest te betalen en om nog wat bloemen te halen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf, en de alinea staat in dat document op bytes 24268 tot 24668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d82e11c3ac3fdfb79e94aaa11c38e49f5b03a8955a223ab2a3d753bbd01eb9bf | shasum -a 256