Citaat | Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 3.3.2 Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:210.

De klacht is gegrond. De gedingstukken laten geen andere conclusie toe dan dat Dexia zich, voordat het hof zijn tussenarrest wees, ter afwering van de vorderingen van [eiseres] niet erop heeft beroepen dat laatstgenoemde moet worden aangemerkt als gerechtigde in de zin van de WCAM-overeenkomst en dat haar daarom, bij gebreke van een opt-out verklaring, geen beroep toekomt op art. 1:89 in verbinding met art. 1:88 lid 1, aanhef en onder d, BW. Gelet hierop mocht het hof, ook indien het van oordeel was dat in de stellingen van [eiseres] besloten lag dat de verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst van toepassing is, de desbetreffende afwijzingsgrond, die nietvan openbare orde is, niet ambtshalve bijbrengen. Het staat de rechter immers niet vrij zijn beslissing te baseren op rechtsgronden of verweren die weliswaar zouden kunnen worden afgeleid uit in het geding gebleken feiten en omstandigheden, maar die door de desbetreffende partij niet aan haar vordering of verweer zijn ten grondslag gelegd (vgl. HR 12 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1492).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ac3a70bf6e45627956f43ea3fe75835309fb8b47917d8f94b645e587153857e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ac3a70bf6e45627956f43ea3fe75835309fb8b47917d8f94b645e587153857e, en de alinea staat in dat document op bytes 15105 tot 16171.