Citaat | Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 3.5.3 Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:213.

Het onderdeel is mede aldus toegelicht dat in het geval van het verblijven van het verpande goed aan de pandhouder, onvoldoende is gewaarborgd dat de door deze ter goedkeuring aan de voorzieningenrechter voorgestelde prijs strookt met de marktwaarde van het verpande goed. Dit bezwaar gaat niet op. De voorzieningenrechter dient de pandgever in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord. Aldus kan de pandgever zijn bezwaren tegen toewijzing van het verzoek aan de rechter voorleggen. Bovendien bepaalt art. 3:251 lid 1 BW dat de voorzieningenrechter de prijs vaststelt waarvoor het verpande goed aan de pandhouder verblijft. Ook in dit verband kan de pandgever zijn standpunt bij de rechter inbrengen. Met de tussenkomst van de rechter – die als hij daartoe aanleiding ziet, nadere instructiemaatregelen kan treffen – is dus voldoende gewaarborgd dat de prijs van het verpande goed naar objectieve maatstaven wordt bepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9616cd8d6649a533b7cf5c68360c86b9500064230c06d1a52f66ba248f3e42f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9616cd8d6649a533b7cf5c68360c86b9500064230c06d1a52f66ba248f3e42f3, en de alinea staat in dat document op bytes 15645 tot 16592.