Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:22.

"De raadsman heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verdachte nimmer het opzet heeft gehad op oplichting van de in de tenlastelegging genoemde personen. Verdachte handelde heel veel op/via internet en heeft met heel veel mensen zonder problemen zaken gedaan. Hij heeft grotendeels onder eigen naam en met vermelding van eigen gegevens reguliere overeenkomsten met aangevers gesloten. Hij wist niet tevoren dat hij niet zou kunnen leveren. Het probleem was dat de leverancier van verdachte, ene [betrokkene 7] , zijn verplichtingen jegens verdachte niet nakwam. Verdachte, die de inmiddels door aangevers betaalde koopprijs had doorbetaald aan [betrokkene 7] , kon daardoor niet leveren en bij gebrek aan financiële middelen in een aantal gevallen ook de koopprijs niet terugbetalen. De verdediging wijst er op dat verdachte uit eigen beweging de koopprijs aan aangevers [betrokkene 3] en [betrokkene 4] heeft terugbetaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5d3b50b3a0c67155136e5f25067ab5f04dad9f32254e7756495ebe07b2a56aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5d3b50b3a0c67155136e5f25067ab5f04dad9f32254e7756495ebe07b2a56aa, en de alinea staat in dat document op bytes 15846 tot 16884.