Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017

Onder 2.3. Hoge Raad 14 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:222.

Het middel klaagt onder meer dat het oordeel van het Hof dat de verdachte redelijkerwijs vermoedde dat de gift van € 5.950,- is gedaan met betrekking tot zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, onbegrijpelijk dan wel ontoereikend is gemotiveerd. Die klacht faalt, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte kort nadat hij met [betrokkene 1] naar Roemenië was geweest en van [betrokkene 1] had vernomen dat [betrokkene 1] hem wilde betalen, "een brief [heeft] opgesteld waarin de verdachte als gedeputeerde de zakelijke belangen van een vennootschap van [betrokkene 1] behartigde" en waarin de verdachte heeft vermeld dat hij "graag de banden tussen een Noord-Hollands bedrijf en Roemenië verstevigd" ziet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d70bab843591fb19ea213317fd5ef24378f9b94cfb82eb6dad570c6abc3621f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d70bab843591fb19ea213317fd5ef24378f9b94cfb82eb6dad570c6abc3621f, en de alinea staat in dat document op bytes 21701 tot 22474.