Citaat | Hoge Raad 5 september 2017
Onder 2.6. Hoge Raad 5 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2250.
Blijkens de vaststellingen van het Hof was de brief van 23 mei 2013 van mr. Verloop aan het Openbaar Ministerie niet aanwezig in het dossier dat de Politierechter ter beschikking stond bij de behandeling van de onderhavige strafzaak in eerste aanleg en is omtrent de inhoud van die brief gebleken dat daarin is verzocht om "het toezenden van stukken". Gelet hierop getuigen 's Hofs oordelen dat de brief niet kan worden aangemerkt als een schriftelijke kennisgeving als bedoeld in art. 39 (oud) Sv en dat niet uit enig in het dossier aanwezig stuk is gebleken dat de verdachte voor de zitting in eerste aanleg was voorzien van rechtsbijstand door een raadsman, niet van een onjuiste rechtsopvatting en zijn zij niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/257971e5cda7ec114efb246a57a44f3d9b5635619d3f61dc411aa0c4fa91cc25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 257971e5cda7ec114efb246a57a44f3d9b5635619d3f61dc411aa0c4fa91cc25, en de alinea staat in dat document op bytes 22706 tot 23451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/257971e5cda7ec114efb246a57a44f3d9b5635619d3f61dc411aa0c4fa91cc25 | shasum -a 256