Citaat | Hoge Raad 8 september 2017
Onder 2.4.2. Hoge Raad 8 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2262.
De Wbm voorziet niet in een termijn waarbinnen het teruggaafverzoek door de belastingplichtige moet zijn gedaan. Evenmin is in de Wbm de eis opgenomen dat het verzoek moet worden gedaan bij de aangifte over het tijdvak waarop de teruggaaf ziet. Het voorgaande leidt ertoe dat – aangezien de Inspecteur klaarblijkelijk de indiening van de aangifte over het tijdvak december 2011 onder vermelding van een negatief bedrag aan verschuldigde belasting heeft aangemerkt als een door belanghebbende gedaan verzoek om teruggaaf van die belasting - de Inspecteur terecht de hiervoor in 2.1.2 vermelde beschikking heeft gegeven, omdat niet sprake is van een niet‑tijdig verzoek om teruggaaf in de zin van artikel 89, lid 7, Wbm. ’s Hofs oordeel dat het teruggaafverzoek niet-ontvankelijk is, berust derhalve op een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04b2eed2fe4866369b1f820650fdaa397508a50846d003053baeb43fce5ab693. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04b2eed2fe4866369b1f820650fdaa397508a50846d003053baeb43fce5ab693, en de alinea staat in dat document op bytes 11391 tot 12241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04b2eed2fe4866369b1f820650fdaa397508a50846d003053baeb43fce5ab693 | shasum -a 256