Citaat | Hoge Raad 8 september 2017

Onder 3.2.2 Hoge Raad 8 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269.

Naar het oordeel van het hof is in dit geval sprake van een Peeters/Gatzen-vordering. De gelden op de kwaliteitsrekening bij Rabobank behoorden op grond van art. 19 Gerechtsdeurwaarderswet toe aan degenen ten behoeve van wie die gelden op de rekening zijn gestort. Deze gelden vallen dan ook niet in het faillissement van de deurwaarder of het deurwaarderskantoor. Nadat die gelden waren overgemaakt op de zichtrekening bij Fortis, zijn zij echter deel gaan uitmaken van het vermogen van het deurwaarderskantoor. Het in contanten opnemen van het vrijwel volledige saldo van de zichtrekening geschiedde dan ook ten nadele van alle schuldeisers van de geconsolideerde boedel. (rov. 2.12.4-2.12.5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4, en de alinea staat in dat document op bytes 14134 tot 14854.