Citaat | Hoge Raad 8 september 2017

Onder 4.2.2 Hoge Raad 8 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269.

In HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3917, NJ 2009/416 is overwogen dat uit de hiervoor in 4.2.1 genoemde arresten volgt dat een Peeters/Gatzen-vordering toekomt aan de gezamenlijke faillissementsschuldeisers, omdat zij is gegrond op de benadeling in hun verhaalsmogelijkheden als gevolg van het handelen van de gefailleerde (en de derde). Daarom valt deze vordering niet in de boedel. Nu zij strekt tot herstel van verhaalsmogelijkheden binnen het kader van het faillissement, valt de opbrengst van de vordering echter wel in de boedel teneinde via de uitdelingslijst tot verdeling te komen. Daarom brengt de wettelijke opdracht aan de curator tot beheer en vereffening van de failliete boedel mee dat hij ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers deze vordering kan innen en dus ook de voldoening daarvan in rechte kan vorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4, en de alinea staat in dat document op bytes 16926 tot 17774.