Citaat | Hoge Raad 8 september 2017
Onder 5.1.3 Hoge Raad 8 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269.
Gezien het hiervoor in 5.1.2 overwogene rijst de vraag of de kwalificatie van de vordering in het kader van het oordeel omtrent de rechtsmacht steeds bepalend is voor het oordeel over het op de vordering toepasselijke recht, zodat krachtens art. 4 Insolventieverordening steeds een samenloop bestaat tussen de rechtsmacht en het toepasselijke recht. In het onderhavige geval heeft het hof onderscheid gemaakt tussen het recht dat van toepassing is op de bevoegdheid van de curator om de Peeters/Gatzen-vordering in te stellen (het ius agendi ) en het op die vordering toepasselijke materiële recht. Indien de onderhavige vordering van de curator valt onder de voor het faillissement gemaakte uitzondering als bedoeld in art. 1 lid 2, aanhef en onder b, EEX-Verordening, rijst in verband met het voorgaande de vraag of het op deze vordering op grond van art. 4 lid 2 Insolventieverordening toepasselijke recht die vordering in haar geheel beheerst, dus zowel ten aanzien van de bevoegdheid om die vordering in te stellen als ten aanzien van het op die vordering toepasselijke materiële recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4, en de alinea staat in dat document op bytes 31288 tot 32428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4 | shasum -a 256