Citaat | Hoge Raad 8 september 2017
Onder 5.1.4 Hoge Raad 8 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269.
In dat verband is ook het volgende van belang. Art. 4 lid 2, aanhef en onder m, Insolventieverordening houdt in dat het recht van de lidstaat waar de insolventieprocedure wordt geopend, bepaalt onder welke voorwaarden deze procedure wordt geopend, verloopt en wordt beëindigd, en met name bepaalt de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen. Art. 13 Insolventieverordening bepaalt dat art. 4 lid 2, aanhef en onder m, Insolventieverordening niet van toepassing is, indien degene die voordeel heeft gehad bij een voor het geheel van schuldeisers nadelige handeling bewijst: a) dat deze handeling is onderworpen aan het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend, en b) dat dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid om die handeling te bestrijden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4, en de alinea staat in dat document op bytes 32530 tot 33457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83c052c25045d9890bf958ee9de668252ec6166b962dd2f92516d235efdd62d4 | shasum -a 256