Citaat | Hoge Raad 8 september 2017

Onder 3.2.3 Hoge Raad 8 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2275.

Tot uitgangspunt dient (i) dat het beding met betrekking tot de afdracht van onderhuurpenningen, dat is opgenomen in art. 1.4, tweede volzin, van de algemene bepalingen, valt onder het bereik van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn), (ii) dat onomstreden is dat [eiseres] als een consument is te beschouwen, (iii) dat het beding met betrekking tot de afdracht van onderhuurpenningen niet kan worden aangemerkt als een kernbeding, en (iv) dat niet is gesteld of gebleken dat over dit beding afzonderlijk is onderhandeld (rov. 3.11.4). In het midden kan blijven of [verweerder] c.s. als professionele verhuurder in de zin van de Richtlijn kunnen worden beschouwd, gezien het volgende (rov. 3.11.4, slotzin):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dba2d0ef39d3a86709060fcda8f9455e6ec275bba3e94a2aa28d296fb1f28c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dba2d0ef39d3a86709060fcda8f9455e6ec275bba3e94a2aa28d296fb1f28c, en de alinea staat in dat document op bytes 12199 tot 12984.