Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017
Onder 2.3. Hoge Raad 14 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:236.
Op 28 november 2013 zag ik, [verbalisant 3], drie personen. Ik herkende één van deze personen als [medeverdachte] . Ik, [verbalisant 12] , zag dat de drie personen de juwelier [A] binnen liepen. De personen zijn ongeveer anderhalf uur in de winkel geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13, en de alinea staat in dat document op bytes 13523 tot 13794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13 | shasum -a 256