Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017
Onder 2.4. Hoge Raad 14 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:236.
Het hof overweegt dat de verdachte door het afleggen van bovengenoemde twee leugenachtige verklaringen heeft verhuld wat de daadwerkelijke herkomst van het geld was. Het hof acht in dit verband van belang dat de verdachte gezien zijn inkomen in staat zou zijn (geweest) het door hem genoemde bedrag aan [medeverdachte] ter beschikking te stellen. Daarnaast acht het hof van belang dat de verdachte in zijn tweede (leugenachtige) verklaring expliciet heeft verklaard: "Ik ga niet liegen over mijn eigen geld", terwijl hij eerder in een witwaszaak waarbij [medeverdachte] betrokken was heeft ontkend aan [medeverdachte] geschenken te hebben gegeven, hetgeen de tweede verklaring des te geloofwaardiger en des te meer verhullend maakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13, en de alinea staat in dat document op bytes 21387 tot 22132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13 | shasum -a 256