Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017

Onder 2.5. Hoge Raad 14 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:236.

Hierna heeft [medeverdachte] op pagina 44-46 verklaard dat hij 12.000 euro heeft ontvangen van [verdachte] om voor [verdachte] de betreffende horloge aan te schaffen. Uit pagina 44 blijkt dat de verbalisanten niet geloofden dat het geld van [verdachte] afkomstig was of dat [medeverdachte] het horloge in opdracht van [verdachte] heeft aangeschaft en confronteerden [medeverdachte] met het feit dat hij in het CZO iets heel anders heeft verklaard. De verbalisanten wisten dat [medeverdachte] op de dag van zijn aanhouding bij de juwelier is geweest en daar het horloge heeft aangeschaft. Dit wisten zij aangezien ze op de betreffende dag [medeverdachte] observeerden, de juwelier direct na aankoop dit heeft bevestigd aan de verbalisant en ook uit de camerabeelden van de juwelier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 882e3971a0dbbfd1e68f6b26e5bcc3db47f696409b82e94b480133dabb6d4a13, en de alinea staat in dat document op bytes 28172 tot 28966.