Citaat | Hoge Raad 15 september 2017
Onder 5.3.3 Hoge Raad 15 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360.
Het voorgaande neemt evenwel niet weg dat, zoals in voormelde toelichting wordt opgemerkt, een volledige vergoedingsplicht (ter zake van proceskosten) denkbaar is, doch alleen in ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Hieromtrent is in het arrest HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233 (Duka/Achmea) overwogen dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen (als grond voor een vergoedingsplicht ter zake van alle in verband met een procedure gemaakte kosten), als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/121eb6bd8d3671c430333facfbdafb0300d7f68af2039f066afbc8237143f3b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 121eb6bd8d3671c430333facfbdafb0300d7f68af2039f066afbc8237143f3b5, en de alinea staat in dat document op bytes 42838 tot 44066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/121eb6bd8d3671c430333facfbdafb0300d7f68af2039f066afbc8237143f3b5 | shasum -a 256