Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017
Onder 4.5. Hoge Raad 14 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:239.
In een geval als het onderhavige waarin de verdachte de bestuursrechtelijke rechtsgang tegen het inreisverbod heeft gevolgd, geldt in verband met een behoorlijke taakverdeling tussen de strafrechter en de bestuursrechter en met het oog op het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken het volgende. Is het inreisverbod bij onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter vernietigd, dan dient de strafrechter van die beslissing van de bestuursrechter uit te gaan. Is het inreisverbod door de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak in stand gelaten, dan staat zulks in beginsel eraan in de weg dat de strafrechter het verweer dat het inreisverbod in strijd is met het Unierecht, zelfstandig onderzoekt en daarop beslist. Onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding bestaan hierop een uitzondering te maken. (Vgl. HR 12 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:616, NJ 2016, 387.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/335b88d4683b34ed079ce806709c2a8a62c2bc9a910fa6bb343024bb553734fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 335b88d4683b34ed079ce806709c2a8a62c2bc9a910fa6bb343024bb553734fa, en de alinea staat in dat document op bytes 32090 tot 32977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/335b88d4683b34ed079ce806709c2a8a62c2bc9a910fa6bb343024bb553734fa | shasum -a 256