Citaat | Hoge Raad 19 september 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 19 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2406.
In de dagen tot 3 oktober 2013 heeft [verdachte] bij mij geslapen. Ik had met [verdachte] afgesproken dat hij donderdag 3 oktober 2013 het geld voor de overnachtingen zou overhandigen. Dit heeft hij niet gedaan. Op 3 oktober ben ik omstreeks 16:10 uur naar mijn werk gefietst. Op het moment dat ik naar mijn werk ging was [verdachte] bij mij thuis. Toen ik op 4 oktober omstreeks 02:30 uur van mijn werk thuiskwam zag ik dat de lichten brandden. Ik ben naar boven gelopen en zag dat [verdachte] er niet was. Ook zag ik dat alle spullen van [verdachte] er niet meer waren. Vervolgens ben ik naar beneden gegaan om te kijken of er spullen van mij weg waren genomen. Ik zag dat mijn jeneverfles van 3 liter, die normaal gevuld is met muntgeld, leeg was. Het bedrag was enkele dagen hiervoor nog door mij geteld en het bedrag aan muntgeld was 350 euro.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0884eb00d17573f29944c101e7f9cfc98b497906b4becca88c9b3cac1515cf18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0884eb00d17573f29944c101e7f9cfc98b497906b4becca88c9b3cac1515cf18, en de alinea staat in dat document op bytes 7662 tot 8523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0884eb00d17573f29944c101e7f9cfc98b497906b4becca88c9b3cac1515cf18 | shasum -a 256