Citaat | Hoge Raad 19 september 2017

Onder 3.3. Hoge Raad 19 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2413.

Ik zag en hoorde dat de man waar ik even daarvoor ruzie had gehad er weer aankwam. Ik zag en hoorde dat de man aan het rennen was richting mij en [betrokkene 2] . Toen hij dichtbij kwam zag ik dat die man een glinsterend voorwerp in zijn hand vasthield. Ik zag dat de man op mij af kwam lopen. Ik zag dat die man met een snelle beweging uithaalde richting mijn gezicht. Hij haalde uit met de hand waar hij dat glinsterende voorwerp in vast hield. Ik voelde dat ik geraakt werd op mijn linkerwang. Ik bewoog mijn linkerarm vervolgens omhoog om mijzelf te beschermen tegen wat nog zou komen. Ik zag vervolgens dat de man nog een keer uithaalde. Ik kon deze slag voor mijn gevoel afweren met mijn linkerarm. Ik hoorde dat die man tegen mij riep dat hij mij de volgende keer lek wilde steken, dan wel woorden van gelijke strekking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677, en de alinea staat in dat document op bytes 8853 tot 9693.