Citaat | Hoge Raad 19 september 2017

Onder 3.4. Hoge Raad 19 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2413.

Hij meent met recht een beroep te kunnen doen op (extensief) noodweerexces omdat zijn handelen bij het tweede incident een direct gevolg is geweest van zijn hevige boosheid. In Hoge Raad 27 mei 2008, NJ 2008, 510, rechtsoverweging 3.3. wordt een dergelijke situatie als volgt verwoord: ...dan wel indien b. op het tijdstip van de aan de verdachte verweten gedraging de onder a bedoelde situatie weliswaar is beëindigd en derhalve de noodzaak tot verdediging niet meer bestaat, doch niettemin deze gedraging toch het onmiddellijk gevolg is van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding. Voorts volgt uit het vereiste dat de gedraging het onmiddellijk gevolg moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de gedraging, maar niet dat geheel uitgesloten is dat andere factoren mede aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging hebben bijgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677, en de alinea staat in dat document op bytes 13511 tot 14586.