Citaat | Hoge Raad 19 september 2017
Onder 3.6. Hoge Raad 19 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2413.
Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het "onmiddellijk gevolg" moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677, en de alinea staat in dat document op bytes 17047 tot 17680.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677 | shasum -a 256